Hoeveel kilometer kan een kind van 5 jaar wandelen tijdens een herfstwandeling in het bos

Hoeveel kilometer kan een kind van 5 jaar wandelen tijdens een herfstwandeling in het bos

Een kind van 5 jaar kan meestal 3 tot 5 kilometer zelf wandelen, zeker als de route afwisselend is en er onderweg genoeg te ontdekken valt. Houd een tempo aan van ongeveer 2 kilometer per uur, inclusief stops voor paddenstoelen, kastanjes en plassen. Een tocht van 4 kilometer duurt dan al snel twee uur. Plan je op die manier, dan komt je kleuter vrolijk terug in plaats van op je schouders.

Waarom het tempo zo laag ligt

Een volwassene loopt rustig zo'n 4 tot 5 kilometer per uur. Een kind van 5 heeft kortere benen, maar het grootste verschil zit in de aandacht. In een herfstbos is alles interessant: een slak op het pad, een boomstam om overheen te klimmen, bladeren om doorheen te schoppen. Dat is juist de charme van de wandeling. Reken daarom niet in afstand maar in tijd: anderhalf tot twee uur buiten is voor de meeste vijfjarigen een prima uitje.

Zo houd je het leuk tot het laatste stuk

  • Kies een rondje met een doel: een speelbos, een uitkijktoren, een ven of een theehuis halverwege geeft iets om naartoe te lopen.
  • Maak er een zoektocht van: laat je kind vijf soorten bladeren, drie paddenstoelen en een eikel zoeken. Kijk wel, maar pluk of eet geen paddenstoelen.
  • Neem pauze vóór de vermoeidheid: na drie kwartier even zitten met iets te drinken en een koek voorkomt dat de stemming omslaat.
  • Laat je kind de weg wijzen: de gekleurde paaltjes van een bewegwijzerde route volgen voelt als een spel.

Wat neem je mee?

In oktober kan het in het bos een stuk kouder en natter zijn dan in de stad. Laarzen of waterdichte schoenen zijn geen overbodige luxe, net als een extra laagje kleding. Een kleine rugzak voor je kind zelf, met een drinkfles en een tussendoortje, maakt het extra stoer. Houd bij kortere dagen ook rekening met het licht: na de wintertijd op 25 oktober is het rond half zes al schemerig, dus begin een middagwandeling niet te laat.

Let op teken

Teken zijn ook in het najaar actief, zeker bij temperaturen boven de 7 graden. Controleer je kind na de wandeling even op teken, vooral in de knieholtes, liezen, oksels en achter de oren.

Wanneer is het te veel?

Merk je dat je kind gaat zeuren, struikelt of alleen nog wil zitten, dan is de grens bereikt. Kies bij twijfel liever een route met een afsnijpunt, zodat je de wandeling kunt inkorten. Heb je een kind dat al vaker wandelt, dan kun je rustig opbouwen naar 6 kilometer. Een loopfiets of step op brede bospaden kan voor de terugweg ook uitkomst bieden. Begin in de herfstvakantie met een rondje van 3 kilometer, en je weet meteen hoeveel je kleuter aankan voor de volgende keer.